Uitglijden op de trap: waar het meestal misgaat en wat helpt

De meeste uitglijders op een trap gebeuren niet op weg naar boven, maar op weg naar beneden. Bij het afdalen landt de voet op de voorkant van de trede, het lichaamsgewicht schuift mee naar voren en op een gladde ondergrond is dan weinig nodig om weg te schieten. Op een steile trap met ondiepe treden past bovendien vaak maar een halve voet op de trede.

Veel woningen hebben nog zo’n trap. In vooroorlogse huizen staat de trap meestal in een kleine hal, en voor een flauwe trap met diepe treden was daar geen ruimte. Zulke trappen hebben vaak dertien smalle treden, waar nieuwere woningen er vijftien hebben. Aan de maatvoering valt weinig te veranderen, aan de omstandigheden op en rond de trap wel.

De bovenste en de onderste trede

Veel misstappen beginnen aan de uiteinden van de trap. Bovenaan wordt de eerste stap vaak gezet zonder goed te kijken, onderaan wordt de laatste trede gemist omdat die in het halfduister op de vloer lijkt te liggen. Daar maakt licht het meeste verschil. Ledverlichting aan de zijkant van de treden, op een batterij en met een bewegingssensor, is zonder elektricien te monteren. Het gaat erom dat vooral de bovenste en onderste treden goed zichtbaar zijn.

Sokken, lak en losse spullen

Gelakte en geschilderde treden zijn glad, natuursteen ook. Op schoenen valt dat mee, op sokken of met vochtige voeten veel minder. Daarbij doet de trap in veel huishoudens dienst als tussenstation: een stapel wasgoed, een paar schoenen, speelgoed dat nog naar boven moet. De trap leeg houden is de eenvoudigste maatregel die er bestaat.

Een leuning aan beide kanten

Een leuning geeft houvast op het moment dat de voet wegglijdt. Een muurleuning aan één kant is het minimum, aan beide kanten is beter, zodat er bij het afdalen altijd een leuning binnen handbereik is, ook voor wie met één hand iets draagt. Bij een trap met een spil aan de binnenzijde kan daar een verticale beugel komen, wat vooral bovenaan veel steun geeft. Wie minder kracht in de handen heeft, kan een ronde leuning tot 38 millimeter doorsnede plaatselijk met griptape omwikkelen. In een blog over veiliger traplopen op antisliprubbertape.com staan daarnaast twee loopadviezen: bij elke trede beide voeten neerzetten, en bij heel ondiepe treden achterwaarts naar beneden gaan.

Stroeve treden zonder te boren

Tegen gladde treden helpen antislipstrips, en daarvan bestaan twee soorten. Een infreesstrip wordt in een gefreesde groef in de trede geklemd en gaat lang mee, maar laat blijvende sporen achter. Een zelfklevende strip wordt op de trede geplakt en vraagt geen boor of frees. In een huurwoning ligt die tweede keuze voor de hand. Zulke zelfklevende rubberstrips met groefjes verkoopt Antisliprubbertape op rollen van 5 en 15 meter, zodat elke trede op maat geknipt kan worden.

Waar de strip het meeste doet

Bij het afdalen raakt de voet de voorrand van de trede het eerst, dus daar hoort de strip, op korte afstand van de neus. Een strip in een kleur die afsteekt tegen de trede heeft een tweede effect: de rand van elke trede wordt beter zichtbaar. Dat helpt in een hal waar het licht tekortschiet en voor iemand die minder goed ziet.